Navigation Menu+

Vakantie 2017, week 4: oversteek naar Frankrijk

Posted on 19 aug, 2017

Oversteek Engeland - Frankrijk

Het is zondagavond 6 augustus 2017, we liggen in Weymouth. Verder naar het Zuidwesten van Engeland zal ‘m niet gaan worden. We hadden graag naar Dartmouth gewild, maar de voortdurende tegenwind en het slechte weer langs de Engelse kust heeft dit verhinderd. 
In de stadshaven van Weymouth liggen we prima en de gedachte dat we nu geen slapeloze nacht achter ons anker in Lulworth Cove meemaken is wel een prettige. ’s Avonds eten we bij een uitstekende pizzeria op een bovenverdieping met uitzicht op de haven.

Weymouth heeft een leuke maritieme sfeer.

De volgende dag verkennen we de stad en lopen een stuk over het strand. Terug aan boord pakken we de kaarten, de Reeds Almanak en de Shell Channel Pilot er weer bij om de terugtocht langs de Needles naar de Solent in te plannen. Het blijkt dat we op tijd moeten vertrekken om de laatste vloedstroom langs de Needles nog te kunnen halen. We hebben 2 jachten naast ons liggen die dan dus ook moeten losmaken, zodat wij weg kunnen. Uiterlijk 07.00 uur willen we de haven uit. Geen probleem voor de buren uiteraard, als je ‘gestapeld’ ligt houd je rekening met elkaar.

De haven van Weymouth

De haven van Weymouth

Op dinsdagochtend 8 augustus 07.00 uur starten we de motor. Zodra de ‘buren’ hebben losgemaakt steken we van wal. Bestemming: Beaulieu River in de Solent. We hadden voor vertrek nog diesel willen tanken, want volgens de urenteller zijn we ruim driekwart leeg. Helaas: de pomp gaat pas om 08.00 uur open en daar kunnen we niet op wachten i.v.m. het tij bij de Needles in de Solent Channel. Dan maar tanken in Yarmouth of Lymington waar we langskomen.
Zodra we buiten zijn hijsen we de zeilen. Al snel blijkt dat we hiermee niet hard opschieten. Hopend op aantrekkende wind zeilen we nog even door, want ik wil ook zuinig omspringen met de diesel. Sylvia kijkt bedenkelijk: “moeten we de motor niet bijzetten? Straks zitten we in de tegenstroom om de Solent in te varen…”. Ik probeer het nog een uurtje, maar moet constateren dat we teveel verliezen op ons schema. Starten dus, het is niet anders. De zwarte driehoek gaat in het achterwand, ten teken dat we ‘motorzeilen’.

Langs de Needles: stroom en wind tegen met slecht weer...

Langs de Needles: stroom en wind tegen met slecht weer…

Op zo’n 2 mijl vanaf de Needles merken we dat de stroom al tegen begint te lopen. Ik heb me dus toch verrekend in de benodigde tijd voor deze tocht en te lang gewacht met motoren. De wind neemt steeds verder af en we zien donkere wolken verschijnen. Als we de Needles passeren is het wederom grauw en grijs. En… het gaat langzaam, heel langzaam. Er loopt al zo’n 3 knopen stroom tegen en dat zal nog meer gaan worden. In het smalste deel, niet ver van Yarmouth maken we op sommige momenten een snelheid over de grond van slechts een halve knoop. Ik stuur wat meer naar de kust om de sterkste stroom te ontwijken. Het helpt een beetje, we gaan wel één tot anderhalve knoop vooruit!
Intussen wordt het ook later en later. Bestemming Beaulieu River zetten we maar uit ons hoofd, we zijn al blij als we in Yarmouth zijn.

Het vissersplaatsje Yarmouth.

Als we op 8 augustus ’s middags om half vijf Yarmouth binnenlopen is het net een beetje droog geworden. We meren af bij het ‘fueldock’ om diesel te tanken. Als de tank vol is staat de pompteller op 74 liter. We hadden dus nog minder dan 10 liter in de tank. Gelukkig hebben we weer voldoende brandstof! Probleem is wel dat je in de Engelse havens uitsluitend rode diesel kunt tanken. In Nederland en België is het gebruik van rode diesel voor de pleziervaart strafbaar. En het schijnt dat vooral in België gecontroleerd wordt, met het risico van een fikse boete (500 euries…). Maar ja, wat moet je anders? Slepen met jerrycans naar een pomp langs de weg is in de meeste Engelse havens geen optie omdat de afstanden groot zijn en je dan alles lopend moet doen. Bovendien hebben we niet eens ruimte aan boord om een 20 liter jerrycan te stouwen. Wetende dat we zeker één Belgische haven moeten aandoen, vraag ik aan de pomphouder een duidelijke bon met aantal liters en VAT-specificatie, die in het logboek bewaard wordt. We hopen er maar het beste van.

In Yarmouth vinden we een gezellige pub waar we een crabsalade eten, de lokale specialiteit in deze vissershaven, gevolgd door een pittige curry. We maken een wandeling door het karakteristieke stadje en doen wat inkopen met het oog op de nachtelijke oversteek naar Frankrijk.

The Needles: eindelijk in het zonlicht!

Op donderdag 10 augustus verlaten we de haven van Yarmouth. Het is prachtig zonnig weer en dit wordt onze 3e poging om The Needles in zonlicht te aanschouwen. De stroom die we twee dagen eerder tegen hadden, hebben we nu mee, dus we ‘vliegen’ de Solent uit, ook al staat er nauwelijks wind. En ja hoor: drie maal is scheepsrecht! We kunnen nu mooie plaatjes van The Needles schieten en er dicht langsvaren, naar de Zuidkant van Wight, waar we een paar uurtjes willen ankeren alvorens aan de oversteek van 75 mijl richting St. Vaast-la-Hougue in Frankrijk te beginnen. Want we hebben uitgerekend dat we daar niet te vroeg moeten aankomen in verband met de sterke getijdestroom rond Cherbourg en Point de Barfleur.
We ankeren dus in Freshwater Bay, waar het met de zwakke westenwind rustig liggen is. Even wat pitten op de bank in de achterkuip, nasi eten die we nog over hadden van de vorige dag, wraps met zalm en gerookte ham klaarmaken voor ’s nachts, koffie zetten en wat gemberthee maken. Om 19.00 lichten we het anker en zetten we koers naar het oosten.

Oversteek Engeland - Frankrijk

Op de motor en de fok erbij, varen we de ochtend in…

Tja… geen wind dus. Althans, lang niet genoeg om onze kruissnelheid van 5 knopen te kunnen halen. Geleerd van de tocht naar Yarmouth starten we nu direct de motor. Want stroom tegen bij Barfleur is geen optie, daar komen we niet eens tegenin.
Zo gebeurt het dus dat nagenoeg de hele nacht de motor draait omdat er te weinig wind is om te zeilen. Het is helder weer met een bijna volle maan een prachtige sterrenhemel en een rustige zee. Dus klagen doen we niet! Om de beurt pakken we een paar uurtjes rust om te proberen wat te slapen. Met het motorgeluid lukt dat wat minder goed dan we hopen.
Als we halverwege de Shippinglane zijn is het mijn beurt om een tijdje binnen te gaan liggen. Na een uurtje maakt Sylvia mij wakker (toch de slaap te pakken), omdat er een kruisende koers ontstaat met twee zeeschepen. Op de AIS is dat duidelijk te zien en ook worden de boordlichten van het schip al duidelijk waargenomen. Voorlangs varen is geen optie meer, dus we stellen de stuurautomaat zo’n 50 graden naar stuurboord om kort achter het eerste schip langs te kunnen varen en de tweede voor te kunnen zijn. Bij dit soort situaties is het fijn als je samen kunt kijken en overleggen om de oversteek van de Shippinglane veilig uit te voeren. Ik kruip weer terug naar mijn slaapzak en doezel nog een uurtje langer. Het gaat voortvarend, we liggen ruim voor op schema. In het traject dat volgt stuurt Sylvia iets teveel naar het Zuiden, waardoor onze track een behoorlijke “S’ laat zien als we op vrijdag 11 augustus bij het krieken van de dag voor de Franse kust bij Cherbourg aankomen. Voordeel: we hebben daar de volle stroom mee richting Point de Barfleur en St. Vaast-la-Hougue, onze bestemmingshaven.
Hoe dichter we bij Point de Barfleur komen hoe harder het gaat stromen. De motor staat inmiddels uit (er is wat meer wind gekomen) en we maken een snelheid over de grond van meer dan 10 knopen! Het water wordt een soort whirlpool door het effect van de stroom. Soms stevige scherpe golven, dan weer vlakke draaikolken. Wat een watergeweld hier!

Door de stroom maken we een ‘S’ van de oversteek.

De aanloop naar St. Vaast-la-Hougue valt bij eb helemaal droog, maar met een verval van bijna 6 meter is het geen probleem om zo’n 2 uur voor hoog water binnen te lopen. De sluisdeuren staan dan open voor in- en uitgaand verkeer. Drie uur na hoogwater gaan de deuren dicht, zodat de haven niet leegloopt en je gewoon blijft drijven. Als de deuren dicht zijn ontstaat er een serene rust en kun je volop genieten van dit vriendelijke vissersplaatsje. We halen verse oesters en mosselen. Een dozijn oesters voor 8 euro, daar kun je ze niet voor laten liggen! De helft eet ik ‘naturel’ met wat citroen en peper, de andere helft bestrooien we met gerapte kaas en wat witte wijn, om ze vervolgens onder onze grill te gratineren. Sylvia is niet zo van de rauwe oesters, maar de gegratineerde versie vindt ze heerlijk. En ook de mosselen, die hier kleiner zijn dan bij ons in Nederland, gaan er goed in.

In St. Vaast-la-Hougue kopen we verse oesters.

’s Avonds gaan we nog even op de borrel bij de ‘Cher’ een schip uit de PZV-vloot, ook die middag bij St. Vaast binnengelopen. Intussen vallen we bijna om van de slaap, maar de borrel is heel gezellig. Een stuk later dan gepland rollen we rond middernacht ons mandje in.

Op zaterdag 12 augustus bezoeken we de gezellige weekmarkt van St. Vaast-la-Hougue en kopen we lekkere kaasjes, paté en wijn. Het is lekker zomerweer en Frankrijk bevalt steeds beter!

In St. Vaast-La-Hougue pendelt een amfibie voertuig naar het eiland Il Tatihoe.

Vanuit St. Vaast-la-Hougue is het weer een flink stuk varen (60 mijl) naar de volgende haven: Honfleur. Het tij is wat onhandig voor onze planning en biedt twee mogelijkheden: rond het middaguur vertrekken en de volgende nacht aankomen, of ’s nachts om 01.00 vertrekken en bij daglicht in Honfleur aankomen. We kiezen aanvankelijk voor de eerste optie: rond het middaguur de haven uit als de sluisdeuren open gaan. Maar de voorbereidingen kosten nog behoorlijk wat tijd, zodat we alsnog besluiten om ’s middags te blijven liggen en de volgende sluisopening van ’s nachts 01.00 uur te nemen. Met als voordeel dat we vooraf nog even kunnen gaan pitten en de volgende dag bij daglicht Honfleur kunnen aanlopen.